• Leestijd 3 - 4 minuten

Verscherpt toezicht Wet DBA door Belastingdienst sinds oktober 2019

Blog verscherpt toezicht Wet DBA

En hoe zit het nu met de nieuwe wetgeving die de Wet DBA moet vervangen?

De handhaving van de Wet DBA (Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties) was opgeschort tot 1 januari 2020, maar vanaf 1 oktober jl. is de Belastingdienst reeds begonnen met verscherpt toezicht op schijnzelfstandigheid.

Wat is dat ook alweer en waarom wil men dit voorkomen?

Van schijnzelfstandigheid kan sprake zijn indien een zzp-er die als zelfstandige door een opdrachtgever wordt ingehuurd, feitelijk in dienst is bij die opdrachtgever. Dit omdat zijn situatie niet anders is dan die van een werknemer in loondienst, omdat hij bijvoorbeeld 40 uur per week voor deze opdrachtgever werkt en diens instructies opvolgt, maar dan niet op basis van een arbeidsovereenkomst.

Het kabinet wil schijnzelfstandigheid voorkomen om gelijk loon voor gelijk werk te bewerkstelligen en oneerlijke concurrentie en uitbuiting en onderbetaling te voorkomen.

Er wordt bij opdrachtgevers die gebruik maken van zzp-ers gecontroleerd of er eigenlijk geen sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking. Dit toezicht wordt altijd uitgevoerd voordat wordt gehandhaafd, dus voordat naheffingsaanslagen en eventuele boetes kunnen worden opgelegd.

De controle bestaat bijvoorbeeld uit een bedrijfsbezoek of boekenonderzoek waarop aanwijzingen kunnen volgen, zoals het advies om de arbeidsrelatie met de zzp-er vorm te geven conform de wet of het in dienst nemen van de schijnzelfstandige en dit te verwerken in de Belastingaangifte.

U krijgt hier drie maanden de tijd voor en indien u na afloop niets hebt gedaan wordt u als "kwaadwillend" aangemerkt en krijgt u een boete en naheffing.

Handhaving door de Belastingdienst vindt plaats indien:

  • door de Belastingdienst gegeven aanwijzingen niet worden opgevolgd en/of;
  • sprake is van kwaadwillendheid. Hiertoe dient te worden bewezen dat sprake is van een (fictieve) dienstbetrekking en van evidente en opzettelijke schijnzelfstandigheid, bijvoorbeeld indien sprake is van uitbuiting of het bewust ontduiken van premies en belastingen.

In het geval van kwaadwillendheid kan de Belastingdienst overigens reeds vóór 1 januari 2020 de Wet DBA handhaven.

Is geen sprake van het niet opvolgen van aanwijzingen van de Belastingdienst, noch van kwaadwillendheid, dan wordt de handhaving uitgesteld tot 1 januari 2021, op welke datum naar alle waarschijnlijkheid nieuwe wetgeving in werking treedt die de Wet DBA vervangt.

Stand van zaken nieuwe wetgeving

Eind mei jl. heeft minister Koolmees met behulp van een "spoorboekje" (zie ook mijn blog van 29 mei jl.) maatregelen uiteengezet die in deze kabinetsperiode nog dienen te worden genomen en onderdeel uitmaken van een integrale aanpak, waaronder nieuwe zzp-wetgeving.

Destijds werd al aangekondigd dat wordt gewerkt aan de uitwerking van een webmodule op basis waarvan opdrachtgevers een opdrachtgeversverklaring kunnen verkrijgen als uit de beantwoording blijkt dat geen sprake is van een dienstbetrekking.

Deze webmodule ter verkrijging van de opdrachtgeversverklaring is momenteel nog niet gereed, maar de verwachting is dat deze nog vóór de zomer van 2020 kan worden gebruikt. In november 2019 wordt nader bericht verwacht omtrent de voortgang.

Overigens is het zo dat de webmodule en zelfstandigenverklaring geenszins verplicht worden: het zijn 'slechts hulpmiddelen die de opdrachtgevers zekerheid kunnen bieden over wie ze inhuren', aldus SZW. Indien er geen twijfel heerst hoef je ze niet te gebruiken en indien dat wel aanwezig is bestaat altijd nog de mogelijkheid tot voorafgaand overleg met de Belastingdienst of het gebruik van een modelovereenkomst.

Voorts wenst minister Koolmees uit te gaan van een minimumuurtarief van € 16,- voor zelfstandigen en, indien sprake is van een uurtarief boven de € 75,-, kunnen opdrachtgever en zzp-er schriftelijk overeenkomen dat gekozen wordt voor het werken buiten een dienstverband, de zogenaamde zelfstandigenverklaring.

Met deze "opt-out" die één jaar geldig is, is de opdrachtgever eveneens gevrijwaard voor loonheffingen.

Ratio is dat wordt aangenomen dat bij opdrachten korter dan een jaar niet snel sprake is van werkgeverschap.

Maar wat indien de opdracht langer dan een jaar duurt?

Dan kan worden geprobeerd om vrijwaring te verkrijgen via de webmodule of vooroverleg te plegen met de Belastingdienst, omdat immers na een jaar geen gebruik meer kan worden gemaakt van de zelfstandigenverklaring. Na een tussenpoos van zes maanden kan eventueel wel weer een zelfstandigenverklaring worden getekend.

Nog deze maand, oktober 2019, start de "internetconsultatie" van het conceptwetsvoorstel over het minimumtarief en de zelfstandigenverklaring (niet voor de webmodule omdat daar geen wetswijziging voor nodig is) en de verwachting is dat het wetsvoorstel vóór de zomer van 2020 zal worden aangeboden aan de Tweede Kamer en per 1 januari 2021 gelding zal hebben.

Eind januari 2020 wordt het advies van de Commissie Regulering van Werk (commissie Borstlap) verwacht, welke commissie advies zal geven over de toekomst van het arbeidsrecht, de sociale zekerheid en de fiscaliteit, en of de huidige regels voor nu en in de toekomst nog wel passend zijn.

Kortom, er is veel gaande en ook nog veel af te wachten.

Ik houd u op de hoogte van de ontwikkelingen.

Wilt u weten of uw werkwijze goed is of hoe u het nu het beste kunt regelen? Neemt contact met mij op via 06-104 372 88.

Contact

Kaart

Bosselaar Strengers Legal Partners

Euclideslaan 111, 3584 BR Utrecht

Tel
+31 302 34 72 34
E-mail
office@bosselaar.nl
Fax
+31 30 234 72 72