NL | EN
NL | EN

Welke regels gelden voor het vliegen met drones?

Advocaten > Blog > Welke regels gelden voor het vliegen met drones?

Juridisch advies over: Welke regels gelden voor het vliegen met drones?

Op 25 november organiseerde het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een Informatie‑ en Netwerkdag Luchtvaartveiligheid. Uiteraard waren wij als kantoor aanwezig om de nieuwste ontwikkelingen op het gebied van luchtvaartveiligheid te volgen. Wat opvalt: drones worden steeds vaker gebruikt, zonder dat gebruikers goed weten welke regels gelden. Daarom zet ik hieronder kort de belangrijkste punten van de Europese drone‑regelgeving uiteen.

Welke regels gelden voor drones?
Tegenwoordig bestaan drones in allerlei soorten en maten. Welke regels van toepassing zijn, hangt af van het risiconiveau van de vlucht. Dit wordt bepaald aan de hand van het type drone, de locatie en het doel van de vlucht.

De Europese regelgeving onderscheidt drie hoofdcategorieën:

  1. Open categorie: laag risico.
  2. Specifieke categorie: gemiddeld risico.
  3. Gecertificeerde categorie: hoog risico.

Drie subcategorieën
Binnen de open categorie bestaan drie subcategorieën: A1, A2 en A3. Deze zeggen iets over hoe dicht je bij mensen en bebouwing mag vliegen en welke opleiding je nodig hebt.

  • Subcategorie A1 gaat over lichtere drones die sporadisch over mensen vliegen tijdens een specifieke vlucht.
  • Subcategorie A2 gaat over zwaardere drones die dichtbij mensen vliegen.
  • Subcategorie A3 gaat weer over een laag risico, omdat ver van mensen en bebouwing wordt gevlogen.

Klassen
Daarnaast zijn drones sinds 2021 ingedeeld in zogenoemde klassen (C0 t/m C4), die op de verpakking of het toestel vermeld staan. De combinatie van categorie en klasse bepaalt welke regels gelden voor de vlucht

De meeste vliegers willen het liefst in de ‘open categorie’ en subcategorie A1 met een droneklasse C0 vallen. Voor deze vluchten gelden de minste vereisten.

Hierna beschrijven we kort de stappen waarmee je kunt bepalen onder welke voorwaarden een vlucht mag plaatsvinden.

Stap 1: Bepaal het risiconiveau
Het risiconiveau hangt onder meer af van de vraag waar en boven wie je vliegt. Zo mag je in de open categorie in de regel alleen vliegen als je niet over mensen vliegt. Wil je beelden maken boven een mensenmassa — bijvoorbeeld tijdens een festival of demonstratie — dan valt je vlucht in de specifieke categorie. In dat geval is een vergunning (operationele toestemming) nodig van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), op basis van een vooraf opgestelde risicobeoordeling (SORA‑light of SORA).

Voor de vergunning moet de dronebestuurder aan de gestelde eisen voldoen. Daarnaast moet de drone zelf beschikken over voldoende technische robuustheid om een veilige vlucht te waarborgen. De vergunning kan voor een specifieke vlucht, tijd en/of locatie worden verleend, maar ook voor herhaald gebruik. 

Stap 2: Kies het juiste type drone
Op iedere drone of verpakking staat aangeduid tot welke klasse (C0 t/m C4) het toestel behoort. Per risiconiveau verschillen de vereisten die gelden voor elke klasse. Hieronder benoem ik een aantal voorbeelden.

  • Met een C0‑drone (o.a. tussen 0-250 gram, maximale snelheid 19m/s en maximale vlieghoogte 120 meter) mag je binnen de open categorie vliegen zonder opleiding, mits je dit buiten een UAS-veiligheidszone doet. Met een C0-drone moet je het vliegen over mensen zoveel mogelijk vermijden. Als dat onmogelijk is, dien je heel voorzichtig te vliegen.
  • Voor een C1‑drone (o.a. tussen 0-900 gram, maximale snelheid 19m/s en maximale vlieghoogte 120 meter) in de open categorie vluchten zijn een online theorie‑opleiding en examen verplicht. Let wel op, met deze droneklasse mag je niet over mensen vliegen. Dit vereist een voorafgaand locatieonderzoek. Vlieg je onverhoopt over mensen ondanks dat je er alles aan gedaan hebt om dit risico te beperken, dan moet je ervoor zorgen dat dit zo kort mogelijk duurt.
  • Het vliegen van een C2-drone binnen de open categorie valt onder subcategorie A2. Dit vereist aanvullende examens en de verplichting minimaal 30 meter horizontaal afstand te houden van mensen die niet betrokken zijn bij de vlucht. Onder strikte eisen mag deze afstand verkort worden naar 5 meter. Deze drones moeten beschikken over een op afstand identificeerbaarheidssysteem en een geobewustzijnsfunctie die up-to-date is.
  • Valt je vlucht in de specifieke categorie, dan gelden strengere eisen. De piloot moet beschikken over een passende opleiding en certificering en de vlucht wordt vooraf getoetst door de luchtvaartautoriteit.

Stap 3: Controleer de locatie en veiligheidszones
Drones mogen niet overal vliegen. Dat heeft te maken met de vliegveiligheid en privacy. In bepaalde zones geldt een vliegverbod of beperking, bijvoorbeeld bij luchthavens, overheidsgebouwen of haventerreinen.

Je kunt eenvoudig controleren of je binnen een beperkingsgebied of no‑fly zone vliegt via map.godrone.nl.

Heb je vragen over vliegen met drones?

Het gebruik van drones wordt steeds strikter gereguleerd. Als bestuurder is het belangrijk om vooraf vast te stellen waar, met welke drone en met welk doel je vliegt. Van daaruit bepaal je of je binnen de open of specifieke categorie valt en welke verplichtingen gelden.

Heb je vragen over je voorgenomen dronevlucht? Neem dan contact op met Hayri Yildiz: hayri.yildiz@bosselaar.nl / 06 4505 13 88.

(Foto: Jason Mavrommatis, via Unsplash)